De groepsmening en -visie over de leertheorieën


Het behaviorisme
In onze optiek is het behaviorisme als leertheorie slechts beperkt bruikbaar. De mens achter de leerling wordt volledig vergeten. Het gaat ervan uit dat iedereen hetzelfde kan leren en dat het resultaat in alle gevallen hetzelfde is. Leerlingen hebben verschillende talenten, capaciteiten en karaktereigenschappen die volgens ons mede bepalen hoe iemand leert en wat de resultaten van zijn of haar inspanningen zijn.

Toch kan het behaviorisme niet volledig worden genegeerd. Bij het “dom” leren van bijvoorbeeld rijtjes werkwoorden en naamvallen, taalkundige regels of de hoofdsteden van alle Europese landen is het behaviorisme goed bruikbaar.


Het cognitivisme
Het cognitivisme biedt meer mogelijkheden. Het probeert een zo groot mogelijk deel van de hersenen bij het leren te activeren door de leerstof op zoveel mogelijk verschillende manieren aan te bieden. Dat heeft als voordeel dat er “voor elk wat wils” is. Verschillende mensen leren op verschillende manieren. De één is auditief ingesteld en heeft baat bij een docent die iets verteld terwijl een ander visueel is ingesteld en beter leert en onthoudt bij het zien van een plaatje of het lezen van een tekst. Dit wordt in het cognitivisme maximaal benut. Het is een gestructureerde manier van leren. De hersenen van de mens worden in het cognitivisme vergeleken met een computer. We kunnen deze hersenen effectiever proberen te vullen maar het risico is dat we daarbij het kind vergeten. Dit is naar onze mening de beperking van het cognitivisme.


Het constructivisme
Het constructivisme is de meest uitgebreide en rijkste leertheorie. Het houdt optimaal rekening met de mens achter de leerling en probeert het beste in iedere leerling naar boven te halen door een leeromgeving te creëren met veel stimulerende prikkels. Het is een dynamische manier van leren met communicatie van de docent naar de leerlingen en vice versa. Iedere leerling wordt aangesproken op zijn of haar eigen niveau, rekening houdend met ieders interesses. Leerlingen worden van binnenuit gestimuleerd om te leren waardoor de kans op een optimaal resultaat het grootst is.

Ook het constructivisme heeft volgens ons echter beperkingen. Het is een mooie methode om bijvoorbeeld in projectvorm te gebruiken maar bij het aanleren van een stuk theorie aan een klas van 30 leerlingen is het onmogelijk om iedere leerling op zijn eigen niveau en manier aan te spreken. Ook is het door de grote mate van vrijheid lastiger om vast te stellen of leerlingen de vereiste kennis bezitten.


Conclusie
Wij zien het meest in een combinatie van de leertheorieën. Elk heeft zoals gezegd zijn eigen kwaliteiten en kracht maar ook zijn beperkingen. Door gebruik te maken van de sterke kanten van de leertheorieën en de beperkingen te vervangen door de sterke kanten van een andere theorie kan volgens ons het beste rendement worden behaald. Wij vinden het belangrijk dat de leerling van binnenuit wordt gemotiveerd en dat zelfstandigheid wordt bevorderd.



Onze favoriete "denker"


Een denker die ons zeer aanspreekt is C. F. van Parreren. Hij heeft het ontwikkeld onderwijs in Nederland vormgegeven aan de hand van 12 principes. Hij bedacht dat een leerling een betere motivatie krijgt als je niet alleen verteld wat hij moet leren maar ook waarom hij dit moet leren. Hij zorgde ook voor een aantal handvatten waarmee zowel de leerling als de docent het eigen (leer)-proces kan bewaken en bijstellen. Het leerproces wordt binnen zijn principes geoptimaliseerd door aanpassen van het tempo en door begeleiding. Bovendien bevorderen zijn ideeën het begrip en de zelfstandigheid van de leerling.