Het constructivisme


Wat is het constructivisme?


Het constructivisme is de jongste leertheoretische stroming en vindt zijn oorsprong in het cognitivisme. Het constructivisme gaat ervan uit dat mensen leren door aangedragen informatie zelf te construeren tot kennis. Nieuwe kennis wordt gereconstrueerd met andere nieuwe kennis en vervolgens met al bestaande kennis. Hierdoor wordt een nieuw inzicht gevormd. Hoe en wat er geleerd wordt is sterk afhankelijk van het doel en de verwachting van het leren en de emotionele gesteldheid waarin de lerende verkeerd.

Constuctivisten stellen dat je niet kunt leren en begrijpen zonder te interpreteren. De interpretatie is sterk afhankelijk van de kennis die al aanwezig is, de voorkennis. Die kennis wordt gezien als het fundament waarop wordt verder gebouwd. Een tweede belangrijke factor is de situatie waarin een lerende verkeerd. De situatie slaat dan met name op de sociale omgeving omdat het constructivisme ervan uitgaat dat we elkaar tijdens het leren constant beïnvloeden.

Het constructivisme staat lijnrecht tegenover het objectivisme dat stelt dat kennis van de ene persoon wordt overgedragen op een andere persoon en dat kennis exact zo wordt begrepen als het wordt aangeboden. Het is een passieve transmissie. Daarmee wordt volledig voorbij gegaan aan de persoon die de lerende is. Het fundamentele verschil is dat het constructivisme kennis ziet als informatie. Informatie is objectief en kennis is subjectief. Je gebruikt informatie en vormt dat om tot kennis. Ieder mens doet dat op zijn eigen manier waardoor dezelfde informatie bij verschillende mensen in verschillende kennis resulteert. In het objectivisme is kennis het doel en draait het dan ook om het vergaren van kennis terwijl kennis in het constructivisme een middel is. Hier draait het zoals gezegd om het construeren van kennis. Omdat ieder mens zijn eigen kennis construeert door interpretatie van informatie ziet het constructivisme kennis als een persoonlijk en uniek bezit. Het objectivisme daarentegen ziet kennis als gezamenlijk bezit van de mensheid omdat deze stroming, zoals gezegd stelt dat ieder mens de kennis opneemt zoals het wordt aangeboden. Derhalve is die kennis voor ieder mens hetzelfde.

Het cognitivisme is een vorm van top-down denken en is gericht op de docent. Men spreekt daarbij van "opleidingsbeleid". Het constructivisme is een vorm van interactief denken en is veel meer gericht op de leerling. Hier spreekt men van "leerbeleid".

external image 180px-LSvygotsky.jpg

De herkomst


Algemeen wordt de Russische psycholoog en filosoof Lev Vygotsky (1896 - 1934) gezien als de grondlegger van het constructivisme. Hij werd geïnspireerd door Jean Piaget. Piaget ging er echter vanuit dat de lerende kennis construeerde zonder daarbij te worden beïnvloed of gebruik te maken van zijn/haar sociale omgeving. Vygotsky was ervan overtuigd dat dit wel het geval was. In Rusland was men absoluut niet gecharmeerd van zijn ideeën waardoor deze pas in de jaren '60 van de vorige eeuw bekendheid kregen in het westen. Pas weer veel later, na de openheid in Rusland in de jaren '80, werden zij breed verspreid.


Ontwikkelend onderwijs


Het constructivisme is een vorm van ontwikkelend onderwijs. Vygotsky stelde dat onderwijs op de ontwikkeling vooruit moet lopen. Leerstof moet van een niveau zijn dat leerlingen het nét niet kunnen of begrijpen. Hiermee daag je de leerling uit zich dusdanig te ontwikkelen dat hij/zij de leerstof kan doorgronden. Hetgeen een leerling beheerst behoort tot "De zone van de actuele ontwikkeling", dat wat de leerling nog net niet beheerst behoort tot "De zone van de naaste ontwikkeling".
In Nederland is het ontwikkelend onderwijs geïntroduceerd door C.F. van Parreren, een hoogleraar in de psychologisch functieleer en lector in de leerpsychologie.
(bron:http://nl.wikipedia.org/wiki/Carel_Frederik_van_Parreren)

Van Parreren gaf het ontwikkelend onderwijs vorm aan de hand van 12 principes:
  1. Motivering van de leertaak. (Waarom is de stof belangrijk om te leren en hoe raakt de leerling gemotiveerd?)
  2. Dialogisch onderwijzen. (Onderwijs moet tweerichtingsverkeer zijn. Niet alleen van leerkracht naar leerling maar ook vice versa.)
  3. Diagnostisch onderwijzen. (Inzicht hebben in de denkstappen van de leerling om waar nodig op tijd bij te kunnen sturen.)
  4. Deelstappen in het onderwijs. (Bied leerstof aan in stappen. Niet te groot (leerling verliest aansluiting), niet te klein. (demotiverend))
  5. Handelen op verschillende niveaus.(Verschil maken tussen doen, observeren, denken en praten.)
  6. Instructietempo en -kanalen. (Tempo van instructie aanpassen aan leerling en via verschillende kanalen. (bord, PC, mondeling etc.))
  7. Gedragsgecentreerde instructie en correctie. (Het gedrag dusdanig beïnvloeden dat doel wordt bereikt. Niet sturen op doel zelf.)
  8. Reflectie. (Leerling reflecteert op eigen leerproces en krijgt hier inzicht in. Reflectie op leerdoel en resultaat. Bevordert zelfsturing.)
  9. Gevarieerde oefening. (Voorkomt het aanleren van een truc, vergroot inzicht in en gebruik van toepasbaarheid, motiveert.)
  10. Stimulering van initiatief en creativiteit. (Bevorderd zelfstandigheid, vindingrijkheid en verantwoordelijkheid. Maakt leerlingen betrokken.)
  11. Begeleiding van de leerlingmotivatie. (Leerling leert met de eigen motivatie om te gaan en het eigen leerproces te sturen.)
  12. Het pedagogisch klimaat. (Zorg voor een pedagogisch veilige en uitdagende omgeving die de leerling motiveert en uitdaagt.)
(bron:http://www.hsmarnix.nl/parreren/inl_01.htm)


Aanhangers


Het is mij opgevallen dat de informatie die over het constructivisme te vinden is een stuk beperkter is dan over de beide andere leertheoretische stromingen. Zowel op internet als in de bibliotheek is het flink zoeken. Ik vermoed dat dat te maken heeft met het relatief korte bestaan ervan. Het is daarom lastig om uitgesproken aanhangers te vinden. De enige die ik heb kunnen vinden is de orthopedagoog Luc Stevens. Daarnaast vind ik in vele stromingen binnen het onderwijs eigenschappen die erop duiden dat ze geënt zijn op het constructivisme. De gemeenschappelijke factor die ik in al deze stromingen en ideeën terugvind is de aandacht voor het individu. Niet iedereen is hetzelfde, niet iedereen wil of kan hetzelfde dus niet iedereen leert hetzelfde. Dat wordt in sommige gevallen nog veel liberaler dan het oorspronkelijke constructivisme. Ook is de zelfstandigheid bij het leren hier iets wat duidelijker naar voren komt dan in het objectivisme en het reguliere onderwijs. De volgende stromingen zijn naar mijn mening gelieerd aan het constructivisme:

  • Het nieuwe leren van Robert Jan Simons
  • Adaptief onderwijs van Luc Stevens
  • Jenaplan-onderwijs (grondlegger Peter Petersen van de Universiteit van Jena, Duitsland)
  • Het Montessori-onderwijs van grondlegger Maria Montessori.
  • Het Dalton-onderwijs van grondlegger Helen Parkhurst. (is weer gebaseerd op het Montessori-onderwijs. Parkhurst werd opgeleid door Montessori)
  • De vrije school van grondlegger Rudolph Steiner. (Dit is de meest liberale vorm van onderwijs waarin het kind bijna volledig bepaalt wat en hoe er geleerd wordt)

Een belangrijke factor bij al deze stromingen is een stimulerende, uitdagende werkomgeving waarin de lerende veel prikkels krijgt om informatie tot zich te nemen.


De persoonlijke mening van de auteur


Daar waar het behaviorisme de leerling als mens volledig vergeet (iedereen kan hetzelfde leren, wat je leert wordt bepaald door de instructies) houdt het cognitivisme wel rekening met de menselijke factor maar generaliseert dit door te stellen dat een mens in de basis een computer is.

De leertheorie van het constructivisme spreekt mij daarom enorm aan omdat deze uitgaat van de mens als individu. Ik wil dit graag onderbouwen aan de hand van een aantal voorbeelden:


- Ik ben zelf auditief ingesteld. Dat betekent dat zodra ergens een TV aan staat, mensen aan het praten zijn of er muziek te beluisteren valt mijn aandacht als vanzelf door dit geluid wordt getrokken en mijn aandacht minder gericht is op mijn werk. Dit betekent dat ik niet goed kan studeren in een omgeving met veel geluidsprikkels.

- Ik ken daarentegen mensen die zeer wel in staat zijn te studeren met muziek op de achtergrond of die zich volledig kunnen afsluiten op het moment dat ze iets lezen. Praten tegen zo'n persoon heeft op dat moment geen nut, de boodschap komt niet aan. Dit geeft aan dat omgeving een belangrijke factor kan zijn bij het leren/studeren en dat de mate van invloed per mens verschilt.


- Lezen is niet één van mijn grote hobby's. Ik lees ook niet heel snel. Daarnaast kost het mij vaak moeite om hetgeen ik lees goed te interpreteren en me een beeld te vormen van wat er beschreven is. Wel heeft het onderwerp hierop grote invloed. Dit betekent dat ik vaak wanneer ik de theorie van iets bestudeerd heb nog niet begrijp waar het over gaat of me eenvoudigweg geen compleet beeld kan vormen van wat er gedaan moet worden. De oplossing voor mij is dan "gewoon aan de slag gaan en het gaan doen". Dat komt vaak neer op sommen/opgaven maken en/of vragen beantwoorden. Vaak valt dan het muntje en achteraf denk ik 9 van de 10 keer....wat was er nou eigenlijk zo moeilijk? De kern is dat ik leer door te doen. Ook kan ik goed leren door naar iemand te kijken die iets voordoet, dat kan bijvoorbeeld ook een instructiefilm zijn. Leren door te lezen of naar iemand te luisteren vind ik veel moeilijker.

- Een aantal jaren geleden had ik een collega die een aantal verschillende scholen voor VO heeft versleten. Van letterlijk iedere school is hij weggestuurd. Hij was beslist niet dom maar paste gewoonweg niet in het schoolse systeem van die tijd. Ik werkte destijds bij een ICT bedrijf wat zich had gespecialiseerd in computer-, netwerk- en internetbeveiliging. Een bedrijfstak die enorm snel groeide en waar de verschillende technieken elkaar ik hoog tempo opvolgden. Wanneer dan weer zo'n grote verandering een feit was en wij als bedrijf die vernieuwde techniek moesten gaan toepassen sloot hij zich in zijn kamer op en ging een dag lang alles lezen wat er over deze techniek te vinden was. Na één dag kon hij dan iedereen exact vertellen hoe het werkte, wat de voor- en nadelen waren, hoe het geïmplementeerd moest worden en wat daar voor nodig was. Deze collega was volledig autodidact.


Van je fouten leer je het meest....een welbekend Nederlands spreekwoord. Ik weet niet of dit voor iedereen geldt maar voor mij in ieder geval wel. Om de één of andere reden is het voor mij heel makkelijk om iets wat ik fout gedaan heb in mijn geheugen te verankeren. Iedere volgende keer dat dezelfde situatie weer voorbijkomt gaan er bij mij toeters en bellen rinkelen en ben ik mij onmiddellijk bewust van het feit dat het de eerste keer fout ging. Ik ben daardoor extra alert en zal niet dezelfde fout maken.
Ik kan daar een mooi praktijkvoorbeeld bij geven. Toen ik zo'n 22 jaar geleden autorijles had reed ik over een wit verdrijvingsvlak. Mijn rijinstructeur vroeg mij waar dat vlak voor diende en ik antwoordde "daar mag je niet overheen rijden". Hij schreeuwde quasi-boos...."waarom doe je het dan!!!". Nog elke keer (minimaal 1 keer per week) als ik voorbij datzelfde verdrijvingsvlak rijd hoor ik hem roepen en rijd ik er keurig langs.


Deze voorbeelden laten duidelijk zien dat ieder mens zijn persoonlijke voorkeuren en kwaliteiten heeft om te leren. Wat daarnaast heel belangrijk is, is de emotionele gesteldheid waarin iemand verkeert. Zit je lekker in je vel, heb je geen zorgen aan je hoofd, voel je je goed....dan zal het weinig moeite kosten om je te concentreren op hetgeen je moet doen zoals een studie.
Voel je je daarentegen niet prettig in een leeromgeving, zijn er andere zaken die je aandacht vragen (zoals bij mij de afgelopen weken een noodzakelijke verbouwing van het toilet) of ben je ziek dan zal het veel lastiger zijn die concentratie op te brengen.

Het constructivisme houdt in alle facetten rekening met de mens als individu. Het stelt dat een leeromgeving optimaal moet zijn afgestemd op de leerling om een zo hoog mogelijk rendement te bereiken. Het is op de leerling geörienteerd in tegenstelling tot het behaviorisme (kennis geörienteerd) of het cognitivisme (leerkracht geörienteerd) en doet daarom recht aan ieder mens als leerling!

Marco van Gijzen


De mening van overige groepsleden

Via het discussieforum hebben groepsleden hun mening op het constructivisme gegeven. Omdat deze meningen afwijken van die van mij, maar gevoed zijn uit de praktijk (ik sta zelf nog niet voor de klas) vind ik het waardevol ze hier te vermelden.


De mening van Niels:

De leerling centraal. Door na te gaan wat voor type leerling we voor ons hebben kunnen we maatwerk leveren. We leren de leerling iets aan wanneer hij/zij er klaar voor is. Er wordt dan gezocht naar de optimale methode voor het kind. Hierdoor creëren we een optimaal leerklimaat voor de leerling zodat deze op een prettige manier maximaal presteert…
Klinkt bijna te mooi om waar te kunnen zijn. Een paar kritische noten:


  • Hoe controleren we of leerlingen wel voldoende basiskennis hebben? Door de enorme vrijheid die leerlingen hebben is het lastig om na te gaan of ze voldoende kennis bezitten voor een vervolgopleiding.
  • Kunnen de leerlingen deze vrijheid wel aan en op welke leeftijd beginnen we met de vrijheid van keuze?
  • Zijn docenten in staat om de bijbehorende werkvormen toe te passen en weten ze hoe ze het voor de verschillende typen leerlingen moeten uitwerken?
  • Zijn scholen wel ingericht om alle vernieuwingen plaats te bieden?
  • Zijn we niet te hard van stapel gelopen met projecten als de 2e fase? Universiteiten klagen over het basisniveau van studenten en moeten extra wis- en natuurkunde geven. Professoren klagen over het gebrek aan discipline en voeren weer huiswerkcontrole in. Bedrijven klagen dat nieuwe werknemers onvoldoende weten.


Conclusie: Het Constructivisme is de stroming waarbij de lerende mens centraal staat. Ik denk dat lesinvullingen volgens deze stroming hun doel regelmatig voorbijschieten, hetzij door verkeerde toepassing hetzij door ongeschiktheid. Een evenwichtige mix van het Behaviorisme, Cognitivisme en Constructivisme is volgens mij de beste optie waarbij het niveau van de basiskennis wordt bewaakt. De maatschappij is nu eenmaal een gestructureerd geheel en we doen leerlingen tekort wanneer we ze daar niet op voorbereiden.


De mening van Geert:
Voor de meeste leerlingen is het inderdaad nodig dat hen discipline en structureel werken wordt bijgebracht, vooral voor jonge kinderen. Als ze die vaardigheden eenmaal bezitten, hebben ze daar hun hele verdere carrière plezier van.

Ten tweede: onderwijs op maat is een hele klus. Als je gemiddeld 25 leerlingen in de klas hebt en iedere leerling een passend programma wilt bieden, zit daar een hoop werk aan vast.


Toevoeging van Anna:
Waar ik bij constructivisme aan moet denken is mijn leren voor Duits. Ik zag het nut van het leren van deze taal niet in, en was dus niet gemotiveerd. Die rijtjes met naamvallen stampen en dat het dan ook nog zo vreselijk klinkt. En het is niet eens een wereldtaal. Maar, als vrachtwagenchauffeur word je dan opeens wekelijks naar Duitsland gestuurd en toen stond ik met de mond vol tanden, want Engels spreken ze in Duitsland amper. Dus ik moest nu wel Duits gaan spreken. Ik deed hard mijn best om me verstaanbaar te maken, en dat werd gewaardeerd. Mensen waren geduldig, verbeterden mijn fouten en gaven me tips om mooie Duitse zinnen te maken. Ik vind Duits nu een geweldige taal en spreek het nu vloeiend. Motivatie, omgeving en een stukje persoonlijke aandacht was voor het leren van Duits dus nodig bij mij.