Het cognitivisme

Wat is het cognitivisme?


Cognitivisme is een leertheorie die opkwam tussen 1970 en 1980. Cognitie komt van het latijnse woord cognoscere. Het heeft betrekking op kennen, weten en informatieverwerking. Al die processen spelen zich in de hersenen af. Dat maakt het moeilijk om te meten. Bij het behaviorisme is het makkelijk om te meten/waarnemen want die leertheorie gaat af op gedrag.
Als we dus meer weten over hoe de hersenen informatie verwerken, kunnen we daarop anticiperen. Wellicht kunnen we dan de manier van leren versimpelen, versnellen, leuker maken. Deze pagina over het cognitivisme beschrijft een aantal zaken die met deze stroming te maken hebben.

Van der Wal et al. "Cognitie en intelligentie hebben een bredere betekenis. Het zijn verzamel begrippen voor mentale (geestelijke) vermogens, vaardigheden ... informatie verwerken, begripsvorming en denken" [1]

Oefening baart kunst
Algemeen is bekend dat als een mens delen van zijn lichaam niet gebruikt, die delen dan op den duur afsterven. Er wordt ook wel gezegd: "Use it or lose it". Dit geldt ook voor de hersenen. Het is dus belangrijk de hersenen door training te stimuleren zodat ze zich blijvend ontwikkelen.

external image hersenen.jpg

Twee hersenhelften
Er is ontdekt dat de twee hersenhelften zijn gespecialiseerd in verschillende soorten kennis. Zo is de rechter helft meer bezig met ruimtelijke waarneming, verbeelding en ritme en de linkerhelft meer met spraak, woorden, opsommingen en getallen. Bovendien blijkt dat als een leeractiviteit beide hersenhelften aanspreekt, leren gemakkelijker gaat en meer resultaat geeft. Dan wordt namelijk een groter deel van de hersenen aangesproken waardoor de informatie nog diverser wordt opgeslagen.
Ieder mens heeft andere hersenen. Bij de ene is de rechter helft beter ontwikkeld, bij de ander de linker helft.
Voor het leren is het dus belangrijk de stof op zo’n manier aan te bieden dat beide helften worden aangesproken. Zo is de kans groter dat leren vlot verloopt voor al die verschillende personen in de groep. Voor ieder wat wils.
Taak voor de leerkracht:
Als de leerkracht bovengenoemde kennis meeneemt in zijn lesvoorbereiding en tijdens het lesgeven, kan hij betere resultaten halen en meer leerlingen bereiken.


Hoe is het cognitivisme gedefinieerd?


Leren op een manier waarbij een zo groot mogelijk deel van de hersenen worden geactiveerd. Dat kan door een zogenaamde rijke leeromgeving aan te bieden aan kinderen. In zo’n omgeving is de variëteit van informatie aanbod van hetzelfde onderwerp zeer divers, bijvoorbeeld de theorie, foto’s, filmpjes, live voorwerpen, zelf doen, voelen, ruiken, horen, zien, ontdekken, etc.
De wijze waarop meestal lesgegeven wordt, is enigzins beperkt daar de informatie over het algemeen aangereikt wordt door de docent. Dat is anders bij het constructivisme, waar aansluiting wordt gemaakt met de voorkennis en de sociaal maatschappelijke omgeving.

external image denkerRodin.jpg De denkers

Wie is de grondlegger en wie zijn de aanhangers?


Het cognitivisme is ontstaan vanuit het Behaviorisme. Er is niet een heel duidelijke scheiding aan te geven tussen de denkers van het Behaviorisme en Cognitivisme. Steeds meer onderzoeken richten zich op het lerend vermogen en leerstijlen. Hieruit blijkt dat het Behaviorisme niet volledig in staat is om het leerproces te beschrijven. Daarnaast zorgt een betere kennis van de werking van de hersenen ervoor dat er een nieuwe stroming ontstaat. Natuurlijk zijn er een aantal wetenschappers en denkers aan te wijzen die aan het begin van het cognitivisme stonden.



Robert Gagné
Heeft onderzocht wat de invloeden zijn van uitwendige factoren, lesstof, materialen en inwendige factoren zoals welbevinden en natuurlijke interesse. Gagné heeft hiervoor drie fasen uitgewerkt, die een docent moet verwerken in zijn les om kennis goed te laten aankomen bij de leerling. Opvallend is dat in deze fasen de inwendige factoren buiten beschouwing worden gelaten, in zijn onderzoeken wel aanwezig maar niet zichtbaar in zijn conclusies.
De fasen van Gagné:
1. Voorbereiding:
  • Trek de aandacht
  • Creëer verwachtingen
  • Voorkennis opfrissen

2. Verwerken van kennis:
  • Presenteer de nieuwe kennis
  • Breng de kennis op die manier zodat het goed kan worden verwerkt in de hersenen
  • Zoek een directe toepassing zodat de kennis wordt gekoppeld

3. Opslaan van kennis:
  • Geef duidelijke feedback die er voor zorgt dat kennis opgeslagen wordt
  • Geef complexe opdrachten aan het eind van de les
  • Geef gevarieerde oefeningen op, de kennis wordt breed toepasbaar

Duidelijk is te zien dat Gagné de werking van de hersenen centraal stelt, in eigen woorden: openzetten, vullen en opruimen een duidelijk onderscheid met constructivisme is dat de leerling en zijn welbevinden buiten beschouwing blijft.

external image bandura.jpg

Albert Bandura
Canadees die vooral de lerende binnen zijn (sociale) omgeving bestudeerde. Drie zaken: Omgeving, persoonlijke factoren en gedrag zijn door hem onderzocht.
Modelleren, mensen kopiëren gedrag van anderen om daarmee een identiteit op te bouwen of succes te behalen (mislukking te voorkomen):
  • Rolmodel, hoe beter het model is hoe meer en sterker je de eigenschappen van het rolmodel overneemt.
  • Gedrag koppelen aan succes of mislukking.
  • Het gedrag waarnemen/herkennen bij andere personen
JeanPiaget2.jpg
Het onderzoek van Bandura leert ons veel over hoe de identiteit van de leerling zich ontwikkeld. De gedragingen binnen de groep worden dan bepaald door het model dat de persoon voor ogen heeft en hoe hij denkt het model te kunnen overnemen. Verder heeft Bandura veel onderzoek gedaan naar agressief gedrag.

Jean Piaget
Piaget was een Zwitserse kinderpsycholoog (1896-1980) die veel onderzoek heeft gedaan naar de ontwikkeling van de hersenen bij kinderen van 0 tot 11 jaar. Hij heeft toen de verschillende ontwikkelingsperiodes ontdekt en beschreven (zie ook onderstaande links). Zijn onderzoek richtte zich op het vermogen van een persoon om structuren aan te maken. Wanneer een hond gezien wordt dan wordt de structuur dier aangemaakt wanneer daarna een kat wordt gezien kan deze eenvoudig worden toegevoegd aan de bestaande structuur. Wanneer we van te voren de structuren kennen die aangemaakt worden dan kunnen we met een lesprogramma daar op aansluiten. Hoe beter we structuren benutten des te effectiever kunnen lesprogramma's worden.

http://www.youtube.com/watch?v=LqnnqrCvPTc&NR=1
http://www.youtube.com/watch?v=fcjPkPIwsog&feature=related


Waar wordt het toegepast?


Er worden tegenwoordig veel wisselende lesvormen toegepast om zo veel mogelijk verschillende leerlingen te bereiken. De manier waarop informatie wordt aangeboden is aangepast aan de leeftijd van het kind. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de kennis van Piaget m.b.t. de verschillende ontwikkelingsperiodes van kinderen.


Wie past het toe?


Heel veel leerkrachten passen het toe. Ook bij sportinstructie en bedrijfstrainingen wordt het veel toegepast. Het principe is dan: de leerling volgt eerst de les die bestaat uit een presentatie van de theorie en voorgedane voorbeelden. Daarna gaat de leerling zelf oefenen onder begeleiding van de leerkracht. De leerling krijgt verder nog huiswerk om ook thuis (in een andere omgeving en geheel op eigen wijze) het onderwerp verder uit te diepen en oefeningen te doen.


De persoonlijke visie van de auteur


In tegenstelling tot het behaviorisme, wordt door het cognitivistische methode van leren gepoogd de complete hersenen te activeren bij het leren en ligt de nadruk op het verwerken van de informatie op vooral het intelectueel niveau (de hersenen). Het constructivisme gaat nog wat verder en laat ook de sociaal maatschappelijke situatie en de voorkennis van de lerende een rol spelen bij het leren. Daar ik er vaak naar streef mijn lesstof compleet te presenteren, vind ik het constructivisme een betere en meer uitgebreide leermethode. Bij mijn lessen probeer ik ook altijd aan te sluiten op de voorkennis van de leerlingen d.m.v. vragen. Op die manier ontdekken de leerlingen voor een deel zelf hoe de wereld in elkaar zit. Dat is veel leuker dan het van de docent te horen en bovendien blijft de informatie beter hangen.

Mijn ervaring m.b.t. het cognitivisme:
In de korte periode dat ik lesgaf, heb ik goede ervaring met wisselende lesvormen. Dit houdt de les levend en de leerlingen blijven langer geboeid. Er worden ook betere resultaten gehaald omdat verschillende manieren van leren worden toegepast.
Voorbeeld 1: Bij het bouwen van een weerstation door brugklassers, merkte ik dat een aantal leerlingen moeite hadden met het lezen van de bouwinstructie. Daardoor bouwde ze langzamer. Ik heb ze toen het advies gegeven ook het voorbeeld weerstation goed te bekijken. Toen ging het bouwen een stuk vlotter. Die leerlingen waren dus duidelijk heel visueel ingesteld en hadden moeite met begrijpend lezen.
Voorbeeld 2: Het onderwerp "dichtheid" in 2-havo werd geïllustreerd met een verhaaltje en een plaatje van een visblaas in het lichaam van een vis. Dit was te abstract vond ik. Toen heb ik met een plastic spuit een visblaas nagemaakt en de werking gedemonstreerd in een kleine glazen bak. Dit sprak de leerlingen meer aan en zo hebben ze toch meer geleerd.

Geert Kappé

Opmerking van Niels:
Door rekening te houden met de werking van de hersenen kunnen we op een effectievere manier deze hersenen kennis bijbrengen. Het risico is dat we een klas zien als 25 stel hersenen die gevuld moeten worden. Dan kunnen we deze op een effectieve manier vullen maar het kind eromheen vergeten.
Het Cognitivisme spreekt mij van alle stromingen het minst aan door het onpersoonlijke. Wel vind ik de kennis bruikbaar voor het invullen van stukken van de les. Hoe biedt je kennis aan en hoe oefen je de vaardigheden.